Martine van Wolfswinkel

Altijd onderweg – Gedachten over het goede leven


Wandelen in drie (of vier) dimensies

Het mooie van het wandelen van een langere route verspreid over een aantal maanden, is dat je tijdens het wandelen als het ware door verschillende ‘dimensies’ reist. Klinkt een beetje als science fiction, maar dat is het niet. De eerste dimensie is die van de dag. De wandeling begint in het licht en de temperatuur van de ochtend. In de loop van de dag wordt het eerst warmer en later verandert de kleur van het licht naar die van de middag of avond. Zeker nu in de herfst de zon vroeg onder gaat, is het aan het einde van de wandeling soms al bijna donker. Dat is de eerste cyclus.

De tweede is die van de verandering van de seizoenen. Toen ik begon met het lopen van het Marskramerpad, was het augustus en dus nog volop zomer. Inmiddels is het herfst. Langzaam heb ik de kleuren in het landschap zien veranderen. De eerste paddenstoelen lieten zich zien, de herfstbloeiers trokken de aandacht, trekvogels vlogen over en de bladeren begonnen te vallen. De etappe over de Utrechtse Heuvelrug op een zonnige dag in oktober was dan ook echt genieten. Dat is de tweede cyclus.

De derde dimensie is de verandering in het landschap. Als je van west naar oost door Nederland trekt, verandert het landschap snel. Ik begon in het duingebied bij Den Haag, wat al snel overging in de bosrijke landgoederen op de zandgronden van Wassenaar en vervolgens in het uitgestrekte veenweide gebied van het Groene Hart. Niet het mooiste stukje Nederland, als je het mij vraagt, maar daar kom ik later nog wel eens op terug. Het was prachtig om op de laatste etappe door het Groene Hart in de verte de Utrechtse Heuvelrug te zien opdoemen. Dan zie je ineens hoeveel hoger het ligt dan de lage weilanden, en hoe anders de begroeiing is. Ook de ondergrond verandert. Ineens is er weer zandgrond, en bos. Vervolgens gaat het over in de Gelderse Vallei, waar meer water is, en ook meer afwisseling in grondgebruik en begroeiing. Allemaal dingen die je ook uit een boek of op school kan leren, maar veel meer tot de verbeelding spreken als je er zelf doorheen loopt. En dan ben ik nog niet eens op de helft! Ik mag straks nog een lang stuk over de Veluwe lopen, gevolgd door de Sallandse Heuvelrug en tenslotte Twente. Tegen die tijd is het wellicht alweer voorzichtig lente, ook een mooi seizoen om al wandelend mee te maken.

Hier zou ik nog een vierde dimensie aan toe kunnen voegen. Je neemt tenslotte altijd jezelf mee. Wandelen is in zekere zin een meditatief gebeuren. Je bent alleen met het landschap, de paden, de natuur. Het eerste uur van de wandeling ben ik vaak nog wat onrustig en gaan er allemaal gedachten door mijn hoofd. Daarna vertraagt mijn pas en kom ik in een ritme. Mijn gedachten worden rustiger, creatiever. Ik sta steeds meer open voor wat er om mij heen gebeurt. Er hoeft niet meer zoveel. Moe en toch opgeladen kom ik aan bij het eindpunt. Ik ben niet meer dezelfde als die ik was toen ik begon met lopen. Zo verander ik ook zelf, stukje bij beetje, elke wandeling weer.



Plaats een reactie