Dit jaar haalde ik voor het eerst mijn ‘reading goal’ van twintig boeken in 2022. Met het stellen van leesdoelen begon ik in 2020. Toen bleef ik steken op achttien boeken. In 2021 wilde ik eenentwintig boeken lezen, maar ook dat haalde ik niet. Ik begon een patroon te zien, dus stelde ik mijn doel voor dit jaar bij naar twintig boeken. En dat haalde ik ruim: de teller staat nu op niet minder dan zevenentwintig boeken! Wat hielp was dat ik een aantal luisterboeken luisterde via Storytel – dat is goed te combineren met koken, stofzuigen en andere huishoudelijke taken. En je kunt vaak de nieuwste boeken luisteren, in plaats van ze te kopen of te wachten tot ze in de bibliotheek beschikbaar zijn. Wat ik las was heel divers. Romans, theologie, natuur en rewilding, van alles kwam voorbij. Het laat in elk geval goed zien wat mij in het afgelopen jaar heeft bezig gehouden. Daarom een klein overzicht van een aantal van de boeken die ik las.
Theologie, geloof en natuur
Maria: icoon van genade van Arnold Huijgen, was het beste theologische boek van 2021. Daar was ik dat jaar al in begonnen, en ik las het uit in 2022. Misschien las ik het vooral omdat ik de auteur goed ken, maar het was zeker ook boeiend om een boek te lezen over een figuur uit de Bijbel die in de protestantse traditie wel erg weinig aandacht krijgt, en in de katholieke traditie juist heel veel. Dit boek is een brug tussen die twee tradities, en dat voor elkaar krijgen is op zich al een hele kunst.

Het tweede theologische boek dat ik las was Wholehearted Faith van Rachel Held Evans, die in 2019 overleed op 37-jarige leeftijd. Het boek is postuum uitgebracht, dankzij Jeff Chu die het boek samenstelde. Het is in het Nederlands vertaald als Hart, hoofd, ziel – geloven met alles wat je bent. De boeken van Rachel Held Evans heb ik altijd met veel plezier (en instemming) gelezen. Mooi dat met dit laatste boek nu ook allerlei niet eerder gepubliceerde teksten bij elkaar zijn gebracht. Maar haar eerdere boeken hebben toch meer indruk op mij gemaakt. Zoals ‘Inspired – Slaying giants, walking on water and loving the Bible again’ over de vele teksten en verhalen in de Bijbel.
Brian McLaren weet altijd goed te beschrijven hoe geloof kan veranderen en toch nog relevant kan zijn in deze tijd. Dat doet hij ook weer in Faith after Doubt – Why Your Beliefs Stopped Working and What to Do about it. Daarin beschrijft hij vier fasen die je als gelovige kan doorlopen. Van een eenvoudig geloof waarin dingen waar of onwaar zijn (fase één), naar een geloof waarin vragen opkomen die nog wel beantwoord kunnen worden – door de Bijbel goed te bestuderen en op zoek te gaan naar antwoorden in de theologie (fase twee). In die tweede fase heb ik lang gezeten. Maar dan komt (voor sommigen) fase drie: het moment dat je voor al je vragen géén antwoord meer kan vinden, of de antwoorden die je eerder had niet meer voldoen. Dan slaat de twijfel toe en begint de constructie waarop je geloof gebouwd was in te storten als een kaartenhuis. Dat is verwarrend, beangstigend en kan een gevoel van verlies oproepen. Ook dat heb ik ervaren, en het was fijn om mezelf te herkennen in de beschrijving van deze fase. De echte meerwaarde van dit boek zit echter in de beschrijving van de vierde fase, die McLaren benoemt als ‘harmonie’. Alleen al het gegeven dat er nog iets is ná de ineenstorting van je (traditionele) geloof is bemoedigend.
Gezien het bovenstaande zal het niet verbazen dat ook het boek Onzeker weten – een inleiding in de radicale theologie van Rikko Voorberg, Gerko Tempelman en Bram Kalkman mij wel aansprak. De radicale theologie is een theologie die radicaal (tot op de wortel) vragen stelt bij allerlei geloofswaarheden. En daarbij geen heilig huisje heel laat. De dood van Jezus wordt door filosofen die tot de stroming van de radicale theologie gerekend kunnen worden dan ook wel gezien als de ‘dood van God’, zoals ook Nietsche die benoemde. Het rekent af met het idee dat er altijd iets of iemand is als grond van ons bestaan, als een bodem waar we niet doorheen kunnen zakken. Dat maakt het ook wel heel spannend en confronterend. Want wat is er dan nog wél?
Een feest van herkenning was het boek God Unbound – Theology in the wild van (weer) Brian McLaren. Hij doet daarin verslag van zijn reis naar de Galápagos eilanden, verweven met allerlei observaties over geloof en de natuur. Zelf was ik in de zomer van 2012 op de Galapagos eilanden, als onderdeel van een reis door Peru en Ecuador, die we maakten als afsluiting van onze tijd in Zuid-Amerika. Eén van de meest bijzondere plekken op aarde, en ik zie het als een voorrecht dat ik daar geweest ben. McLaren citeert in zijn boek vele andere auteurs, waaronder Sallie McFague. Zij schrijft: God is not out there or back there or yet to be, but hidden in de most ordinary things of our ordinary lives.

Een ander boek waarin natuur, geloof en spiritualiteit elkaar raken is Onuitsprekelijk paradijs – De groene spiritualiteit van Thomas Merton van Kick Bras. Een prachtig en inspirerend boek, met veel citaten uit de dagboeken van Thomas Merton, waardoor je een goed beeld krijgt van zijn leven en de rol die de natuur speelde in zijn spiritualiteit.
Een meer filosofisch boek dat ik las over hoe de mens zich verhoudt tot de natuur was Spiegel van de natuur – Het natuurbeleid in cultuurhistorisch perspectief van Matthijs Schouten. De inhoud van het boek is boeiender dan de titel doet vermoeden. Het laat vooral mooi zien hoe er in verschillende culturen en tijden naar de natuur gekeken werd, en wat de invloed daarvan is geweest (en nog steeds is) op hoe we met de natuur omgaan. Zeker actueel in deze tijden waarop ze ons opnieuw tot de natuur moeten zien te verhouden, in het besef dat we er niet alleen onderdeel van zijn, maar er ook volledig van afhankelijk zijn.
Zeg je natuur in Nederland, dan heb je het ook meteen over landbouw. De productie van ons voedsel (met van name dierlijke producten) is in Nederland en wereldwijd zoveel ruimte gaan innemen, dat de natuur in de knel komt. Maar hoe is dat nu zover gekomen, en hoe is de landbouw in de afgelopen eeuw in Nederland veranderd? Dat wordt heel boeiend omschreven in De graanrepubliek van Frank Westerman. Het zoomt in op een bijzonder stukje Nederland waar ooit veel graan geteeld werd: noord-oost Groningen. Uit een van die families kwam Sikko Mansholt, de grondlegger van het naoorlogse landbouwbeleid van de EU. Een fascinerend stukje geschiedenis.
Daarmee komt ook de vraag op: hoe kunnen we Nederland weer een beetje natuurlijker en ‘wilder’ maken? Kunnen we meer ruimte geven aan de natuur, en zo ja, hoe dan? Het boek Rewilding in Nederland – Essays over een offensieve natuurstrategie van de editors Koen Arts, Liesbeth Bakker en Arjen Buys, allen verbonden aan Wageningen Universiteit, reikt daar veel creatieve én haalbare ideeën voor aan. Rewilding wordt omschreven als: ‘(meer) ruimte geven aan natuurlijke processen’, wat toegepast kan worden op allerlei terreinen, van het ontwerp van gebouwen tot de inrichting van grote natuurgebieden. Een hoopgevend boek!
Ook zelf kun je aan rewilding doen. In je eigen achtertuin, of in je buurt. Bijvoorbeeld door een Guerilla Gardener te worden. Dan ga je ‘tuinieren buiten de grenzen van je eigen tuin’, zoals Cerian ‘Jenny’ van Gestel beschrijft in haar boek Guerilla Gardening – Handboek voor buurtvergroeners. Werkelijk alles komt voorbij in haar boek. Van het maken van zaadbommen die je op een verlaten bouwterrein kan gooien, tot het aanleggen van een buurttuin waarbij je de hele buurt betrekt. Het inspireerde mij om een geveltuintje aan te leggen voor ons huis. Aanrader!

Nog wilder wordt het in het boek De Hertenman – Zeven jaar overleven in het wild van Geoffrey Delorme. Deze Franse schrijver en natuurliefhebber bracht zeven jaar door in het bos, en trok daar samen op met een groep reeën. Zijn verslag van deze zeven jaar brengt je heel dicht bij wat leven in en met de natuur betekent. Hij bouwt in die jaren zo’n intieme band op met de reeën, dat hij ze niet alleen allemaal persoonlijk kent (en een naam geeft), maar ook toegelaten wordt in de kudde, en soms zelfs tegen ze aan slaapt. Het zet je denken over de afstand tussen mens en dier, en de intelligentie van dieren wel op scherp.
Ontroerend mooi is ook Het vogelhuis van Eva Meijer. Hierin doet zij verslag van het leven van Len Howard, een vrouw die in een klein, afgelegen huisje op het platteland ging wonen, en daar een band opbouwde met de vogels in haar tuin, met name met de koolmezen. Ze liet ze ook toe in haar huis, waar ze de nacht doorbrachten, nesten bouwden en eten kwamen halen. Ook zij kende de vogels in en rond haar huis persoonlijk, en gaf ze een naam. Ze hebben allemaal verschillende karakters. Ze zijn niet bang voor haar, en zitten regelmatig op haar hand of op haar schouder. Ze herkent de intelligentie van de vogels, en houdt vreemdelingen buiten de deur, omdat ze de vogels teveel aan het schrikken maken. Een bijzonder verhaal.
Zo’n leven dichter bij de natuur beschrijft ook Mark Boyle, in zijn boek The Way Home – Tales from a life without technology. Een prachtig, eerlijk en eenvoudig verslag van een leven zonder (moderne) technologie, in een zelfgebouwde hut in Ierland. Boyle is daar samen met zijn vriendin gaan wonen, nadat hij zich helemaal heeft losgemaakt van het ‘gewone’ leven waarin technologie zo’n grote rol speelt. Dus geen internet, geen email, geen laptop, telefoon of zelfs maar een typemachine. Ook geen elektriciteit en stromend water. Ze leven van wat ze verbouwen in de moestuin, en wat het bos oplevert aan eetbare planten en dieren. Ze wonen echter niet in totale isolatie, want ze hebben buren, en het nabijgelegen dorp heeft een pub waar ze vrienden ontmoeten. Een boek dat aan het denken zet en inspireert tot een andere manier van leven.
Daarom dacht ik dat het boek Een simpel leven – Waarom ons verlangen naar eenvoud complexer is dan we denken van Roderick Nieuwenhuis, mij ook wel aan zou spreken. Maar dat viel tegen. Dit boek kreeg van mij maar twee sterren op Goodreads. Ik heb volgens mij nog nooit een boek gelezen waarin naar zoveel andere auteurs verwezen werd. Alleen al in de inleiding zijn dat er vijfentwintig (ik heb ze geteld). Dat is op zich geen bezwaar, maar in dit geval wordt het boek er niet beter van. Nieuwenhuis is er in geslaagd een heel complex boek te schrijven over het verlangen naar eenvoud. Veel wijzer word je er niet van.
Ik kijk nu al uit naar alle boeken die in in 2023 ga lezen!

Plaats een reactie