Martine van Wolfswinkel

Altijd onderweg – Gedachten over het goede leven


Wandelen of hardlopen

Vorig jaar stak ik de loftrompet over het maken van lange wandelingen. En terecht, want wandelen is heerlijk. Het brengt je op plekken waar je anders niet komt en je kunt het lang volhouden, waardoor je zomaar een hele dag buiten bent. Je ziet de dag en het landschap langzaam aan je voorbij trekken en je hebt onderweg genoeg tijd om even stil te staan en van het uitzicht of een plantje te genieten.

Toch heb ik nu al een paar maanden geen lange wandelingen meer gemaakt. Eind augustus liep ik de laatste etappes van het Marskramerpad, en had daarmee in één jaar Nederland te voet doorkruist van west naar oost. Iets waar ik nog steeds met veel plezier op terugkijk. Toch is daarna de klad er een beetje ingekomen, wat het wandelen betreft. Het zal met de eindeloze natte herfst te maken hebben, of met het feit dat de motivatie om te gaan wandelen toch een beetje weg was met het afronden van het Marskramerpad.

Ik stel mezelf blijkbaar graag een uitdaging. En die uitdaging heb ik nu gevonden in het hardlopen. Tot mijn eigen verrassing, want ik keek juist altijd een beetje meewarig naar al die rennende mensen die zich zwoegend in het zweet werken. Waarom zou je rennen, als je ook kan wandelen?

Hardlopen heb ik sinds mijn studententijd met enige regelmaat gedaan. Ik was ooit lid van de Wageningse Atletiekverening Tartlétos, maar erg snel of goed was ik nooit. In het tropisch warme Peru en Tanzania liep ik ook zo nu en dan een rondje, om toch een beetje in conditie te blijven. Maar zonder daarmee een doel na te streven of echt beter of sneller te worden. Terug in Nederland bleef dat zo.

Tot afgelopen oktober. Jongste dochter (13) moest op school de Coopertest lopen en ik stelde voor om daar samen voor te gaan oefenen. De Coopertest houdt in dat je 12 minuten hardloopt en dan kijkt hoeveel meter je hebt gelopen. Voor een ongeoefende renner is dat best lastig, want hoe schat je nou in hoe snel je moet lopen om het 12 minuten vol te houden en toch een redelijke afstand af te leggen? Of het oefenen geholpen heeft betwijfel ik, maar het deed mij ineens weer de lol van het hardlopen ontdekken. Of liever: ik zag er een uitdaging in. Ik wilde toch met enig gemak die 12 minuten kunnen rennen. En wellicht meer dan dat.

Sinds die dag in oktober ben ik het beetje bij beetje gaan opbouwen. Ik begon met 2 keer 6 minuten. Daarna telkens een paar minuten erbij en steeds minder wandelpauzes. Het belangrijkste is dat ik het volhield. Ik trainde minstens twee keer per week, en soms drie of zelfs vier keer. Dat ging zo goed dat ik het aandurfde om mezelf het doel te stellen 30 minuten onafgebroken te kunnen hardlopen vóór het einde van het jaar.

Op zaterdag 30 december deed ik mee aan de Parkrun in het Zuiderpark in Den Haag. Parkruns vind je over de hele wereld. Ze worden elke zaterdag gehouden en beginnen overal om 9.00u. De afstanden zijn niet altijd gelijk, maar als je je eenmaal hebt aangemeld als deelnemer van één Parkrun, kun je aan alle Parkruns ter wereld meedoen. De Parkrun in het Zuiderpark is precies 5 km lang. Enigszins onwennig verscheen ik aan de start. Het was een relaxte groep van ca. 80 mensen, waarvan een groot deel alleen Engels sprak. Zeker de helft van de renners ging er na de start als een haas vandoor, ik liep rustig mijn eigen tempo. Het ging mij er niet om snel te zijn, maar het vol te houden. En dat lukte! In 32:04 liep ik de twee rondjes door het park. Daarmee liep ik mijn eerste 5K in jaren.

Nu is het natuurlijk zaak dat ik mij een nieuw doel stel, anders is de lol er snel af. Daarom heb ik mij ingeschreven voor de Austerlitz Trail van 7.5 km, op 11 februari. Een hardloopwedstrijd over onverharde paden, lekker op en neer over de Utrechtse Heuvelrug. Trailrunning dus. Hardlopen, maar dan over mooie paden in de natuur waar je ook zou kunnen wandelen. Dat lijkt me wel wat!



Plaats een reactie