Martine van Wolfswinkel

Altijd onderweg – Gedachten over het goede leven


Een februariwandeling

Op station Den Haag Centraal loop ik letterlijk tegen de stroom in. De trein uit Utrecht is net aangekomen en stroomt leeg. Allemaal mensen die naar hun werk gaan – netjes gekleed, laptop in de tas. Met enige moeite steek ik in mijn wandeloutfit de stroom dwars over om zo de ingang naar de stiltecoupé te kunnen bereiken. Zoals altijd neem ik de eerste trein na 9 uur. De zon schijnt, ik heb er zin in. 

In de ruimte naast de stiltecoupé, onderaan de trap, zit een vrouw met een scherpe, doordringende stem eindeloos te bellen. Ze spreekt een Aziatische taal en lijkt zich boos te maken. Hoe je zo lang onafgebroken kunt praten is mij een raadsel. Ze heeft waarschijnlijk nu al meer gepraat dan ik de hele dag zal doen.

Deze keer heb ik geen boek bij me om in de trein te lezen. Maar op mijn Kindle app ben ik nog bezig in Walden van Henry David Thoreau. Die pak ik er maar weer eens bij. In dit boek beschrijft Thoreau de tijd die hij doorbracht in een eenvoudige hut bij het meer Walden. Hij trok zich een paar jaar terug uit de snel veranderende samenleving van Amerika in de 19e eeuw. Thoreau geeft een inkijkje in de praktische vragen waar hij voor komt te staan, maar deelt ook uitgebreide filosofische verhandelingen over het leven, de mens en de natuur. Het is geen gemakkelijk boek om te lezen, maar boeiend genoeg om ten minste te proberen het uit te lezen.

In Utrecht stap ik over op de Sprinter naar Maarn. In de trein maak ik nog even gebruik van het toilet, die gelukkig redelijk schoon is. Scheelt toch weer een keer wildplassen. Om half 11 in de ochtend kom ik aan op station Maarn en kan mijn wandeling beginnen. 

De temperatuur is 5 graden, er is nauwelijks wind en de zon schijnt. Perfect winterwandelweer. Toch duurt het wel een half uur tot ik echt warmgelopen ben en ook mijn handen niet meer koud zijn. Ik zie en hoor allerlei vogels in het bos van de Utrechtse heuvelrug: koolmezen en pimpelmezen, grote bonte spechten en een boomklever. Ik loop op paadjes waar de grond bezaaid ligt met het blad van de tamme kastanje. Helaas is het nu niet het seizoen om kastanjes te rapen. Na een uur krijg ik al honger. Ik neem mij voor nog een half uur door te lopen en dan te gaan lunchen. Dat blijkt mooi samen te vallen met een hoognodige plaspauze, waarvoor ik me even terugtrek achter een omgevallen boom.

Na een korte lunchpauze (anders koel ik teveel af) gaat de route verder over een prachtig smal pad door het bos. De temperatuur is inmiddels gestegen tot een graad of 8. Toch duurt het even voordat ik het weer warm heb. Op een groot stuk open heide loop ik in de zon en warm ik lekker op. 

Ik loop stevig door in een voor mij prettig tempo van ca. 5km/uur. Ik vraag me af of ik fitter ben geworden door het hardlopen en trailrunnen in de winter. Het voelt wel zo. 

Na weer een uur lopen neem ik een volgende pauze. Op een hoge boomstronk die een perfect bankje vormt, in de zon. Ik ben nu zo’n 3 uur onderweg en heb er bijna 12 km op zitten. Over de helft dus, maar nog wel even te gaan. Verder maar weer!

Het pad verlaat het bos. Ik loop langs open weidegebied. Een buizerd vliegt luid roepend over het weiland en landt vervolgens in een boom. Buiten het bos is het lekker warm in de straling van de laagstaande zon. Na een tijdje gaat het pad terug het bos in. Ik loop verkeerd op een modderig stuk en heb even moeite het pad terug te vinden. De kilometers zitten nu ook wel in mijn benen. De bekende dip rond de 15 km. Steevast het moment waarop ik mij afvraag waarom ik dit doe en probeer uit te rekenen hoe ver het nog is tot het eindpunt.

Het weer is verraderlijk. In de zon is het lekker, maar in de schaduw is de wind koud. Toch maar weer handschoenen aan. 

Om half 3 is het weer tijd voor een korte pauze. Ik spreek mijn nootrantsoen* nu al aan. In de kou verbruik je blijkbaar meer energie. Na deze stop raap ik de moed weer bij elkaar en ga verder. Het laatste stuk, terug naar station Maarn. 

De laatste kilometers ben ik vooral bezig met volhouden en doorlopen. Door de toenemende vermoeidheid heb ik wat minder oog voor de omgeving, die overigens nog steeds niet teleurstelt. Bos en heidevelden wisselen elkaar af. De paden beginnen wel steeds meer op elkaar te lijken. De Utrechtse Heuvelrug is mooi, dat zeker, maar wat meer landschappelijke afwisseling in een wandeling kan ik altijd wel waarderen. 

Deze dingen overpeinzend keer ik uiteindelijk om kwart voor 4 terug bij het startpunt in Maarn. Tien minuten voor de trein vertrekt – precies genoeg tijd om nog even langs de bakker te gaan voor een paar stevige koeken. Ik neem me voor er één voor thuis te bewaren, maar ze gaan toch allebei op. Met ruim 20 km in de benen ga ik weer terug naar huis.

*Een mix van noten, rozijnen en stukjes chocola.

De route (bron: Strava)

De wandeling in het kort

  • Route: Heuvelrugvierdaagse 2023, derde etappe
  • Afstand: 21.5 km
  • Kosten: trein Den Haag-Maarn retour (2e klas, korting) €20,28; koeken van de bakker €3,80
  • Uitrusting: kleine rugtas, Vivobarefoot wandelschoenen en winter wandelkleding. Zie ook mijn wandelpagina.


Plaats een reactie