Ik ben niet echt een waaghals, maar ik doe toch vaak dingen die ik wel spannend vind. Onder andere in de kerk. Zo meldde ik mij kort nadat we lid werden van Arusha Community Church al snel aan om mee te helpen met de zondagsschool en daar af en toe les te geven. Omdat we zelf kinderen in die leeftijdsgroep hadden, en ik dacht dat ik het wel kon. Ik had tenslotte net een tijdje thuisonderwijs gegeven. De zondagsschool lessen gingen dan ook prima, maar voor iedere les vond ik het toch weer een beetje spannend. En nog steeds! Sindsdien ben ik steeds meer gaan doen in de kerk en heb ik meer verantwoordelijkheden gekregen en op me genomen. Ik blijk telkens op leidinggevende posities terecht te komen. En dan moet je wel eens een vergadering voorzitten, beslissingen nemen, of voor een groep mensen spreken. Allemaal best spannend, vooral als je het voor het eerst doet.
Wat ik ook erg graag doe, is preken. In onze ‘leken gemeente’ mag iedereen die daar geschikt voor geacht wordt eens in de zoveel tijd preken. Dat heb ik tot nu toe een keer of vier gedaan. En hoewel het steeds beter gaat, roept dat toch altijd wel een dosis gezonde spanning op.
Toen we deze zomer in Nederland waren, zijn we met de hele familie een dagje naar een pretpark geweest. Daar heb ik me toen ook aan een achtbaan en andere zich-veel-te-snel-naar-beneden-verplaatsende attracties gewaagd. Sommige mensen vinden dat leuk. Ik – bleek achteraf – eigenlijk ook wel. En ik heb er een wijze les uit geleerd. De spanning die je voelt voordat het karretje waar je in zit zich naar beneden stort, is een puur instinctieve reactie van je lichaam op iets wat onder andere omstandigheden veel te gevaarlijk is. Je verstand kan daar niet tegenop. Pas als je je overgeeft aan de beweging en erop vertrouwt dat het goedkomt, kun je er een beetje van genieten. En achteraf helemaal, als blijkt dat je het hebt overleefd en er daadwerkelijk niets aan de hand was. Bovendien, hoe vaker je het doet, hoe minder groot de spanning vooraf is, omdat je weet wat er gaat gebeuren.
Als ik nu ergens gespannen over ben, of opzie tegen iets wat ik moet doen, denk ik vaak even terug aan die achtbaan. Dan weet ik: het voelt wel spannend, maar het komt allemaal goed. Als je je maar overgeeft aan de beweging. En geniet van de voldoening die het achteraf geeft.
Toch best nuttig, zo’n pretparkbezoek. En, toegegeven, best leuk ook.

Geef een reactie op Van Arusha naar A Rocha – Martine van Wolfswinkel Reactie annuleren