Eén van de dingen waar we naar op zoek gingen toen we in Den Haag kwamen wonen, was een kerk. Waar we wilden gaan wonen wisten we al ongeveer, dus gingen wij vol goede moed op zoek naar die leuke buurtkerk waar ook andere gezinnen komen. Dat moest in een buurt met veel kinderen én een christelijke school toch goed te doen zijn. We stonden open voor alle opties, zolang het maar een protestantse kerk was, ergens tussen orthodox en vrijzinnig. Nou, dat viel dus best een beetje tegen.
In een straal van 15 fietsminuten zijn er bij ons in de buurt een aantal PKN kerken te vinden. We waren nog niet erg bekend met de PKN, maar het leek me wel mooi: een brede kerk die overal in de stad te vinden is. Een kerk ook met teruglopende ledentallen, die kunnen wel wat steun gebruiken. We hebben het geprobeerd. In de loop van een paar weken bezochten we drie PKN kerken in onze buurt. De gemiddelde leeftijd lag er een stuk hoger dan die van ons, en kinderen waren er nauwelijks. Ook kwamen de diensten mij wat ‘formalistisch’ over, en veel van de liederen die gezongen werden kenden we niet.
Ik had wat de PKN betreft de hoop dan ook al bijna opgegeven, tot ik – verrassend genoeg – in het verlengde van onze eigen straat een oude kapel vond, verbonden aan een buurt-en-kerkhuis van de PKN. Er bleek daar vanalles te gebeuren: van wekelijkse maaltijden, filmavonden, inloopochtenden voor eenzamen en ouderen tot activiteiten voor kinderen en jeugd. En elke maandagavond Taizé-gebed in de kapel. Het luiden van de klokken die het gebed aankondigen is tot bij ons in huis te horen. Ik voelde me er meteen thuis. De stilte, de rust, het eenvoudig samen zingen en het branden van een kaarsje ter ondersteuning van gebeden voor jezelf en anderen. En dat in een wijk waar op zondag bijna niemand meer naar de kerk gaat.

De tweede verrassing was een kleine PKN gemeente in de Schilderswijk: de Lukaskerk. Daar ging ik op een zondag alleen heen en ik werd er zeer warm en hartelijk ontvangen. De dienst was mooi en ontspannen, met eigentijdse liederen. Er werd voor elkaar en de wereld gebeden en het was voelbaar een gemeenschap waar iedereen welkom is. Ook waren er een paar kinderen en tieners. Dat gaf me dan toch weer hoop.
Maar toch. Die gezellige buurtkerk op loopafstand bleek er dus niet te zijn. En als we dan toch wat verder gingen kijken, kwamen er ook weer andere mogelijkheden in beeld. Zoals de GKv kerken, het kerkgenootschap waarin we allebei zijn opgegroeid en zijn gebleven tot we naar het buitenland vertrokken. Het heeft ook wel iets moois om daar naar terug te keren. Ook die kerken kennen de uitdaging van het kerk-zijn in een grote stad, waar kerkbezoek helemaal niet vanzelfsprekend is. Je kunt je dan naar binnen keren, en ‘redden wat er nog te redden valt’, maar bij deze kerken zie ik juist een grotere openheid naar buiten en naar andere kerkgenootschappen, zoals in het initiatief Den Haag in beweging voor Jezus Christus. Daar kan ik mij wel aan verbinden.
Ook voor ons als gezin ligt lidmaatschap van de GKv – zoals de Morgensterkerk – meer voor de hand. Er zijn meer kinderen en jeugd, en er is veel aandacht voor bijbelonderwijs en cathechese – daar zijn gereformeerden nou eenmaal goed in :-). Dus na een lange zoektocht van ongeveer een half jaar, lijkt het erop dat we terugkeren naar waar we ooit vandaan gekomen zijn: het kerkgenootschap dat ons het geloof heeft meegegeven. En dan vind ik het helemaal niet erg om dan ook nog een beetje mee te ‘snoepen’ van wat de PKN in onze buurt te bieden heeft.
Geloof vind je soms op verrassende plekken – ook in Den Haag.

Geef een reactie op Gertine Blom Reactie annuleren