Als je kinderen hebt, krijg je regelmatig de vraag wat je lievelingsdier is. Het antwoord dat alle dieren mooi en bijzonder zijn volstaat dan niet – je moet kiezen. In de loop der jaren heb ik zo verschillende ‘lievelingsdieren’ gehad. Vaak dieren waar ik mij op de een of andere manier mee kon identificeren, of die mij inspireerden door hun uiterlijk of gedrag. In Oost-Afrika hadden we wat dat betreft genoeg te kiezen. Zo heeft de giraf voor mij lange tijd op nummer 1 gestaan – ook al voor onze tijd in de tropen. Zijn (of haar) lange, rijzige gestalte, ietwat traag in haar bewegingen, rustig boven alles uitkijkend, het leven overdenkend. En dan van die prachtige grote ogen met lange wimpers, daar kan ik alleen maar van dromen. Mooie dieren zijn het, en ook niet zo moeilijk te vinden in het Afrikaanse landschap, waar hun nekken tussen de bomen door een silhouet vormen in de avondzon.

Later trof mij de mestkever, die als een soort Sisyphos zijn balletje mest voortrolt en daarbij – achteruitlopend – allerlei obstakels tegenkomt, maar toch onverschrokken doorgaat, omdat hij (of zij) nu eenmaal niet anders kan. De mest moet naar de juiste plaats vervoerd worden, zodat daar de jongen kunnen opgroeien. Op mijn bureau staat een metalen replica van een mestkever, om mij er aan te herinneren dat het leven soms ook maar gewoon een beetje doorploeteren is. Ook prachtig is Operation Dung Beetle van de BBC, met commentaar van David Attenborough.

De kust van Tanzania, aan de Indische Oceaan, is het territorium van vele heremietkreeften. Overdag zie je slechts hun sporen in het zand, ’s avonds komen ze voorzichtig tevoorschijn. Hun achterlijf verbergen ze in een schelp-op-maat, die ze dan vervolgens achter zich aan slepen. Vandaar die typische sporen. Als ze groeien, laten ze de schelp voor wat het is, en verhuizen ze (een kwetsbaar moment!) naar een andere schelp, die beter past. Als er gevaar dreigt – of een argeloze toerist langswandelt – verstoppen ze zich helemaal in de schelp, als een kind die zijn (of haar) handen voor de ogen houdt en denkt dat ‘ie onzichtbaar is. Soms voel ik me ook een beetje zo’n kreeft – dan wil ik me ook wel even helemaal verstoppen in mijn schelp, even de wereld buitensluiten en op adem komen, tot er geen ‘gevaar’ meer dreigt en de wereld weer een veilige plek lijkt om me in te bewegen. De heremietkreeft herinnert mij er ook aan dat je alleen kan groeien als je bereid bent soms kwetsbaar te zijn – even die veilige schelp helemaal te verlaten en ergens anders je plek zoeken, een plek die beter past.

Zo kunnen dieren zomaar inspireren. Dat gebeurt natuurlijk al eeuwen, in volksverhalen, fabels en in de Bijbel. Welk dier inspireert jou?

Plaats een reactie